De wegveenkolonie Buinerveen is een voortzetting van het randveenwegdorp (op de grens van het zand- en veenlandschap) Drouwenerveen. Buinerveen is ontstaan doordat inwoners uit Buinen op de zandrug ten oosten van de Hunze gingen wonen. Vandaar werd begonnen met de ontginning. Rond 1850 had Buinerveen al meer bebouwing dan het noordelijker gelegen Drouwenerveen.
Het dorp breidde zich tussen 1850 en 1940 sterk uit, vooral door de aanleg van het Zuiderdiep. Die werd in die periode in de richting van Buinen doorgetrokken. Hier ontstond de voor de veenkoloniën zo karakteristieke lintbebouwing. Het karakter van Buinerveen was minder agrarisch dan dat van Drouwenerveen. Vooral langs het Zuiderdiep woonden veel arbeiders.
In het dorp werd in de jaren ’70 een deel van het kanaal gedempt. In de afgelopen jaren kwam het dorp samen om ‘de ziel van het dorp’ terug te vinden. Nu het water weer stroomt en er veel initiatieven en ideeën zijn opgezet en uitgewerkt kan Buinerveen met trots zeggen: ons hart klopt weer!
Het dorpsplein is gerenoveerd en wordt gebruikt voor allerlei activiteiten. De kade is hersteld en in het authentieke dorpshuis ‘De Viersprong’ kunnen bezoekers wat drinken en eten. Maar het is nog niet af volgens de Buinerveners. Het nieuwste project is het plaatsen van een authentieke veenbrug, die als een monument herinnert aan het verleden.
Bezoek het energieke dorp Buinerveen, maak mooie wandelingen, overnacht er in een van de B&B’s en bezoek vanuit het dorp het omliggende veenlandschap met zijn glas- en keramiekmusea. Of bezoek het Lofar-gebied in het esdorpenlandschap rond Buinen.
De ondergrond
De Hunzelaagte is gevormd in het Saaliën. Bij het terugtrekken van het landijs werd door het smeltwater het brede en diepe oerstroomdal van de Hunze gevormd. Dit dal was aanmerkelijk dieper en breder dan het bestaande Hunzedal, de oostgrens lag namelijk ter hoogte van Veendam. Later is dit dal grotendeels opgevuld met door wind en water aangevoerd materiaal.
Dit zijn zandige afzettingen, en kleiafzettingen. Ook trad de Hunze regelmatig buiten haar oevers. Hier zijn beekleempakketten afgezet. Door de opvullingen zijn de totale hoogteverschillen aanmerkelijk verkleind. Oorspronkelijk was het hoogteverschil ongeveer 80 meter en thans is het 10 tot 15 meter gemiddeld.
De Hondsrug is zeer zandig met delen keileem en vormt een belangrijk inzijgingsgebied. Terwijl de gebieden ten oosten van de Hunzelaagte door een stagnerende afwatering een sterke veengroei kennen. Dit heeft uiteindelijk een grootschalige hoogveenvorming tot gevolg gehad. In de loop der tijd zijn door ontginning en klink de veengronden voornamelijk verdwenen.
Het verleden , de geschiedenis van de plek
De geschiedenis van de plek is relatief jong. De geschiedenis van de plek wordt beschreven aan de hand van een aantal historische kaarten. Op de kaart van omstreeks 1600 is Buinerveen, en laat staan Nieuw Buinen, nog niet te ontdekken. Beiden maakte nog onderdeel uit van een niet ontgonnen wildernis, Musselbrouck.
1845
Op deze kaart is de hoofdstructuur van het landschap met het Hunzedal, de Hondsrug en de Drentse Aa en de vele dorpen op het zand al zichtbaar. Ook zijn de eerste randveenontginningen aan de overzijde van de Hunze waar te nemen: Eexterveen, Annerveen en Bonnerveen. Deze randveenontginningen volgen precies de grens van het hoogveencomplex en het Hunzedal. Hierdoor is een langgerekt lint ontstaan parallel aan de Hunze.
De randveenontginning (waarvan ook de Noorderstraat en Zuiderstraat in Buinerveen deel uitmaken) is onregelmatig van kavelvorm en staat haaks op het lint. Op de kaart van 1845 is goed te zien dat een groot deel van de veenkoloniën al zijn ontgonnen. De ontginningen zijn in Groningen begonnen en vervolgens zuidwaarts uitgebreid richting Emmen. De ontginning van Nieuw Buinen en Buinerveen is ter hand genomen vanaf Stadskanaal richting het Hunzedal. Met andere woorden het Hunzedal is eigenlijk de achterkant van het gebied. De grootschalige ontginningen zijn rationeel en efficiënt opgezet en vormen een contrast met de onregelmatige kavelvorm van de randveenontginning. De verdraaiing van de kavelrichting is hier altijd nog zichtbaar. Op de uitsnede van hetzelfde tijdsvak is goed te zien dat de verkaveling halverwege is. De verbinding met het zandland geschieden over een tweetal zandwegen, de Osdijk en de Koedijk.
1900
Op deze kaart van 1900 is goed het contrast te zien tussen de randveenontginning en de hoogveenontginning. Het hoogveen is nog niet geheel uitgeveend. Het roze op de kaart is nog hoogveen. Wat ook op de kaart van 1900 opvalt is de sterke meandering van de Hunze met haar onregelmatige verkavelingen.
Beter geformuleerd, de sterke meandering van het Achterste diep en het oude Diep, in de volksmond het Kleine en het Grote Diep. De Zuider Hoofdvaart lag in die tijd nog geheel door het lintdorp, met een markante brug op de kruising van het water met de doorgaande weg over het randveen. Dat geldt ook voor het water aan de andere zijde van het dubbel lint, de Noorder Hoofdvaart. Het water was in die tijd een belangrijk transportmiddel voor turf en agrarische producten.
2000
Op de kaart van 2000 is er veel veranderd. Het water is uit de linten verdwenen, beide vaarten zijn gedempt in de jaren 70. Het Hunzedal met de rivieren heeft een ruilverkaveling meegemaakt, waardoor de watergangen gekanaliseerd zijn en het onregelmatige verkavelingspatroon regelmatiger is gemaakt.
De N374 is om het dorp heen gelegd waardoor het verkeer uit het lint is gehaald. Via de Mondenweg en de Buinerweg is het dorp aangetakt op de N374. In het dorp is de agrarisch functie langzaam maar zeker teruggedrongen en worden de linten meer en meer woonlinten. Het dorp heeft er in de jaren 80 een bos en een ijsbaan bij gekregen. Dit vormt tezamen met het dorpshuis en de voetbalvelden het hart van het sociale netwerk.
Bijzondere ontsluiting van boerderijen
De boerderijen waren vroeger alleen over een brug bereikbaar. De bruggenhoofden van deze bruggen liggen nog “verborgen” in het gras. De ontsluiting van de boerderijen werd veelal gezamenlijk gedaan. Dat scheelde weer een brug aanleggen.
Het maakt dat sommige boerderijen tot op de dag van vandaag een gemeenschappelijk oprit hebben en de boerderij van de zijkant benaderen. De boerderijen staan dus gespiegeld ten opzichten van elkaar, beide met hun deuren naar de oprit.
Ter hoogte van het huidige aannemersbedrijf heeft een loskade gelegen. Deze ligt nog onaangeroerd in het gras.